Stilte straalt helder licht, zonder naam en zonder vorm.
— uit Hōkyō Zanmai (klassiek zen gedicht)
Stilte en zitten
De stilte begint met de eerste bel en duurt tot het einde van de meditatie.
Zodra je zit, blijf je stil en zo ontspannen en tegelijk aandachtig mogelijk.
Binnenkomen en verlaten
Verlaat de ruimte tijdens de meditatie alleen als dat echt nodig is.
Kom terug tijdens de loopmeditatie en neem dan weer plaats.
Loopmeditatie
Tijdens de loopmeditatie lopen we in stilte en met aandacht.
Stem je tempo af op de groep en volg de aanwijzingen van degene die de meditatie begeleidt.
Handen en buigingen
In de meditatieruimte houden we de handen bij elkaar of voor het lichaam, niet los langs de zij.
Maak een buiging bij het binnenkomen van de ruimte en bij het ontvangen of doorgeven van teksten.
Zingen
Bij gezamenlijke zang zingen we mee op het tempo en volume van de groep.
Kleding
Draag rustige, comfortabele kleding. Geen korte broeken of opvallende sportkleding.
Telefoons
Zet je telefoon uit of volledig op stil (niet trillen) en houd ze uit de zendo.
Praktisch
-
Snuit je neus of gebruik een keelpastille alleen buiten de meditatieruimte.
-
Ga zorgvuldig om met kussens en bankjes en berg ze netjes op. Bij je zitplaats ligt geen rommel.
-
Als je opstaat voor loopmeditatie vouw je je matje dubbel en legt je kussen of bankje erboven op.
-
Aanpassingen aan de ruimte gebeuren alleen door de begeleider.
Als je ergens over twijfelt: kijk om je heen en volg de groep.